|
Investeren in de school, investeren in de toekomst
De ‘Ecole de Tampèlga’ heeft een belangrijke functie. Op deze basisschool krijgen de kinderen niet alleen onderwijs, er wordt tussen de middag gezamenlijk gegeten en gespeeld. Er is een ouderraad en de leerkrachten hebben er duidelijk een sociale functie. Begin 2007 troffen we de volgende situatie aan. Er zijn twee schoolgebouwen van elk drie lokalen, die zijn gerealiseerd door giften uit o.a. Nederland. Op schooldagen kwamen er, na vaak uren lopen, 268 kinderen. Ze kregen les in zes overvolle klassen van 32 tot 74 leerlingen en zaten met vier kinderen in bankjes bestemd voor hooguit drie. De onderwijzers, die met hun gezinnen bij de school wonen, verzorgen niet alleen het onderwijs, zij organiseren ook de maaltijden en sport en spel tussen de middag. Door op school eten te verstrekken wordt voorkomen dat de kinderen naar huis gaan en ‘s middags niet meer terugkomen. Door gebrek aan huisvesting waren er echter onvoldoende onderwijzers. Zij worden betaald door de overheid, maar voor alle overige schoolfaciliteiten moet de dorpsgemeenschap zorgen. En daarvoor is geen geld.
Sinds 2007 heeft Madame Ouaga geïnvesteerd in een aantal projecten, die het leefklimaat en de kwaliteit van het onderwijs aanwijsbaar hebben verbeterd. |
|
|
|
Inventariseren wensen
De aannemer ging voortvarend aan de slag. Medio juni, begin van de schoolvakantie én de regentijd, waren bijna alle projectonderdelen gerealiseerd. De medewerking en het enthousiasme van de dorpsbewoners waren ontroerend. Meteen na de bekendmaking van de nieuwe projecten ging men met man en macht (en vrouw en kind) aan het werk om de plaatsen gereed te maken voor de funderingen voor de nieuwe gebouwtjes.
De totale kosten voor alle aanschaffen, gebouwen en werkzaamheden in 2008: € 40.000,-, waarvan € 20.000,- betaald door Impulsis en € 20.000,- door Madame Ouaga.
|
|
|
|
Schrijven met een krijtje op een leitje
De kinderen gaan vijf dagen per week naar school, totaal dertig uur. De zomervakantie is van juni tot oktober. Dan is het regenseizoen en werkt iedereen op het land: zaaien, onkruid wieden, oogsten. Naast les in de Franse taal, voorziet het onderwijsprogramma in onder andere rekenen, geschiedenis en aardrijkskunde. Behalve voor de hoogste klas waren er nauwelijks schriften en pennen. Ze schreven met een krijtje op een stuk karton of een leitje. Bij gebrek aan lesboekjes bedachten de onderwijzers eigen methoden. Heel slim, maar tijdrovend en niet aansluitend op het vervolgonderwijs. Madame Ouaga heeft geld gegeven voor schoolmaterialen. Lesboekjes kunnen een paar jaar mee, schrijfspullen moeten elk jaar worden vernieuwd.
Voor het eerst kregen alle kinderen een schriftje en een pen. Ze kunnen nu de taal- en rekenlessen in praktijk brengen, oefenen en hun kennis bewaren. De leerkrachten zien direct resultaat en kunnen het werk op elk gewenst moment nakijken. Eerder waren de vorderingen van de leerlingen, ook door de grootte van de groepen, niet goed meer bij te houden. In plaats van drie lesboekjes per groep, zijn er nu voor alle groepen voldoende boekjes. De kwaliteit van het onderwijs, en daarmee ook de motivatie, groeit.
|
![]() |
|
|
Sport en spel
Omdat de afstand tussen huis en school zo groot is, blijven de meeste kinderen tussen de middag over. De pauze duurt er van 12 tot 15 uur omdat het dan te warm is om te leren, ‘s winters ca. 25, ‘s zomers zo’n 45 graden. Behalve eten moeten de kinderen wat te doen hebben. De leerkrachten organiseren dan sport en spel. Vooral voetballen is erg populair, ook bij de meisjes. Echte ballen zijn in Burkina heel erg duur. Kinderen maken zelf van oude lappen en stukken elastiek iets wat er op lijkt. Ze waren dolblij met de nieuwe, echte voetballen. Helemaal super werd het met de sporttenuetjes waardoor er teams gevormd konden worden. Ballen en sportkleding zijn door Madame Ouaga meegenomen. Deze spullen waren gratis verstrekt door Delftse sportzaken en voetbalclubs en een vereniging uit Breda. Een groot succes ook zijn de twee djembé’s, die uiteraard in Burkina zijn aangeschaft. |
|
|
|
Voedsel: basis voor leven en leren
Sommige kinderen komen niet alle dagen of gaan na de ochtendlessen naar huis. Daar moeten ze op het land helpen, graan malen, water halen, het vee hoeden, hout verzamelen om op te koken of op de kleine kinderen passen als hun moeder naar de markt gaat. De afstand tussen huis en school is vaak enkele kilometers; de gemiddelde afstand bedraagt 4 km, er zijn kinderen die 1,5 uur moeten lopen. Bodempje gerst Lang niet alle kinderen hebben eten bij zich. Een oud, vies colaflesje met op de bodem een restje gerst als lunchpakketje, is geen uitzondering. Er wordt wel voedsel verstrekt maar dat is ontoereikend. Om zoveel mogelijk kinderen naar school te laten komen, die ook na de middagpauze op school blijven, is voedselverstrekking heel belangrijk. En om goed te kunnen leren, moet je goed eten. De school wil voor meer eten zorgen, maar heeft geen geld. Potten en pannen Madame Ouaga heeft geld gegeven voor:
Het eten wordt per toerbeurt bereid door vrouwen uit de compounds binnen de dorpen.
|
|









