Investeren in de school, investeren in de toekomst

 De ‘Ecole de Tampèlga’ heeft een belangrijke functie. Op deze basisschool krijgen de kinderen niet alleen onderwijs, er wordt tussen de middag gezamenlijk gegeten en gespeeld. Er is een ouderraad en de leerkrachten hebben ook een sociale functie. Begin 2007 troffen we de volgende situatie aan.
Er zijn twee schoolgebouwen van elk drie lokalen, die zijn gerealiseerd door giften uit o.a. Nederland. Na vaak uren lopen kwamen er 268 kinderen naar school. Ze kregen les in zes overvolle klassen van 32 tot 74 leerlingen en zaten met vier kinderen in bankjes bestemd voor hooguit drie.
De onderwijzers, waarvan de meesten met hun gezinnen bij de school wonen, verzorgen niet alleen het onderwijs, zij organiseren ook de maaltijden en sport en spel tussen de middag. Door op school eten te verstrekken wordt voorkomen dat de kinderen naar huis gaan en ‘s middags niet meer terugkomen. Door gebrek aan huisvesting waren er echter onvoldoende onderwijzers. Zij worden betaald door de overheid, maar voor alle overige schoolfaciliteiten moet de dorpsgemeenschap zorgen. En daarvoor is geen geld.
site9-0097
bf-school2013-4723site9-0081site10-0083b sittemo7175
burkinafaso-0290
sitemo7164
site11-0144
burkina-voedsel-0306
burkina-voedsel-0701
cheque-boekvboek-4778
 
 Sinds 2007 heeft Madame Ouaga geïnvesteerd in een aantal projecten, die het leefklimaat en de kwaliteit van het onderwijs aanwijsbaar hebben verbeterd. Er is geld beschikbaar gesteld de aanschaf en bouw van:
• lesboekjes, schriften, potloden en pennen (jaarlijks)
• sport- en spelmateriaal (jaarlijks)
• rijst, bonen en olie voor het aanvullen van de ontoereikende
voedselvoorraad (jaarlijks t/m 2012)
• kook- en eetgerei
• houtbesparende kookplateaus
• een gebouwtje voor de opslag van voedsel en keukenmaterialen
• 2 toiletgebouwtjes
• een geboorde waterput met pomp
• 6 lerarenwoningen met saintairblok
• studielokaal/bibliotheek met inventaris en zonnepanelen voor
verlichting ‘s avonds
 
Positieve ontwikkelingen

Er zijn interessante, positieve ontwikkelingen, die tonen dat investeren in deze school nut heeft (gehad). De school functioneert nu prima. Doordat deze locatie meer faciliteiten heeft dan andere in de omgeving, is het een populaire school waar ook kinderen van buiten het verzorgingsgebied graag naar toe willen. Dankzij de nieuwe lerarenwoningen is het aantal leerkrachten sinds 2007 gestegen van 6 naar 8. Gezien het aantal lokalen en onderwijzers is groei niet wenselijk. Met circa 400 leerlingen is het maximum wel bereikt en zijn de klassen eigenlijk al weer te groot. Stabiliteit en kwaliteit zijn nu belangrijk. Sinds enkele jaren heeft men het leerlingenaantal redelijk constant kunnen houden.
Van 268 in het schooljaar 2006-2007, naar 356 in 2007-2008 en vanaf 405 in 2009 naar 425 in 213. In zeven jaar tijd is het aantal kinderen dat in Tampèlga onderwijs krijgt gestegen met bijna 60%. Opmerkelijk is de verschuiving van de verhouding jongens/meisjes. In 2006 was die 60 / 40%, in 2013 50 / 50%.
 
Schrijven met een krijtje op een leitje

De kinderen gaan vijf dagen per week naar school, totaal dertig uur. De zomervakantie is van juni tot oktober. Dan is het regenseizoen en werkt iedereen op het land: zaaien, onkruid wieden, oogsten.
Naast les in de Franse taal, voorziet het onderwijsprogramma in onder andere rekenen, geschiedenis en aardrijkskunde. In 2007 waren er, behalve voor de hoogste klas, nauwelijks schriften en pennen. De leerlingen schreven met een krijtje op een stuk karton of een leitje. Bij gebrek aan lesboekjes bedachten de onderwijzers eigen methoden. Heel slim, maar tijdrovend en niet aansluitend op het vervolgonderwijs.
We hebben geld gegeven voor schoolmaterialen. Lesboekjes kunnen een paar jaar mee, schrijfspullen moeten elk jaar worden vernieuwd. Voor het eerst kregen alle kinderen een schriftje en een pen. Ze kunnen nu de taal- en rekenlessen in praktijk brengen, oefenen en hun kennis bewaren. De leerkrachten zien direct resultaat, kunnen het werk op elk gewenst moment nakijken en de vorderingen van de leerlingen bijhouden. In plaats van drie lesboekjes per groep, zijn er nu voor alle leerlingen boekjes. De inhoud van de leerstof is, per niveau, afgestemd op de leefomgeving van de leerlingen, zoals kennis over het verbouwen van gewassen en de verzorging van (klein)vee. Naast de kwaliteit van het onderwijs is ook de motivatie gegroeid.
Dankzij giften en acties zijn wij in staat de school jaarlijks van aanvullend materiaal te voorzien.
 
Sport, spel en muziek

Omdat de afstand tussen huis en school zo groot is, blijven de meeste kinderen tussen de middag over. De pauze duurt er van 12 tot 15 uur omdat het dan te warm is. Behalve eten moeten de kinderen wat te doen hebben. De leerkrachten organiseren dan sport en spel. Vooral voetballen is erg populair, ook bij de meisjes. Echte ballen zijn in Burkina heel erg duur. Kinderen maken zelf van oude lappen en stukken elastiek iets wat er op lijkt. Al enkele malen hebben we nieuwe, ‘echte’ ballen gegeven. Ook dolblij zijn ze met de sporttenuetjes waardoor er teams gevormd konden worden. De kleding is ons gratis verstrekt door sportverenigingen. Een groot succes ook zijn de twee djembé’s, die uiteraard in Burkina zijn aangeschaft.
 
Voedsel: basis voor leven en leren

Niet alle kinderen komen alle dagen of gaan na de ochtendlessen naar huis. Daar moeten ze op het land helpen, graan malen, water halen, het vee hoeden, hout verzamelen om op te koken of op de kleine kinderen passen als hun moeder naar de markt gaat. De afstand tussen huis en school is vaak enkele kilometers; de gemiddelde afstand bedraagt 4 km, er zijn kinderen die 1,5 uur moeten lopen. Om zoveel mogelijk kinderen naar school te laten komen en ze ook na de middagpauze op school blijven, is voedselverstrekking heel belangrijk. En om goed te kunnen leren, moet je goed eten.
De school krijgt een voedselvoorraad, maar die is afhankelijk van de oogstopbrengst en vaak niet toereikend tot het einde van het schooljaar. Er zijn geen financiële middelen voor aanvulling. Van 2007 tot en met 2012 heeft Madame Ouaga jaarlijks geld gegeven voor rijst, bonen en olie. Het eten wordt per toerbeurt bereid door vrouwen uit het dorp. In 2008 is een simpel, losstaand, stenen gebouwtje geplaatst dat dient als keuken en opslagplaats voor voedsel. En er zijn pannen, schalen, opscheplepels en houtbeparende kookplatesu aangeschaft. Inmiddels is er door dorpsbewoners een voedselbank opgericht. In tijden van slechte oogst wordt voedsel afgestaan door mensen die wel genoeg hebben en een groenteleverancier uit Ouagadougou, die afkomstig is uit Tampèlga, levert overschotten.
 
Hygiëne bevordert gezondheid

Met zoveel kinderen en lerarengezinnen is voldoende en schoon sanitair en veilig drinkwater extra belangrijk. De schoollocatie beschikte in 2007 over 1 toiletgebouwtje met 5 latrines, een ongezonde en onhygiënische situatie. In 2008 zijn 2 goed afsluitbare toiletgebouwtjes met elk 3 latrines bijgebouwd: één voor de jongens en één voor de meisjes. Ook bij de woningen is een separaat sanitairblok gebouwd. Samen met de in 2007 geboorde waterput met pomp zijn de sanitaire voorzieningen goed.